



Biologische producten
Biologische producten - ook wel 'bio' genoemd - worden steeds populairder en roepen daarmee ook steeds meer vragen op.
De biologische landbouw is een methode waarbij geen gebruik wordt gemaakt van kunstmest, chemische bestrijdingsmiddelen of gentechnologie. In de biologische veeteelt wordt het vee op een diervriendelijker manier gehouden dan op de gangbare wijze. In de supermarkt is het biologische product te herkennen aan het Eko-keurmerk. Op biologische producten uit het buitenland staat vaak de Engelse term voor biologisch: 'organic'. Biologisch wordt nogal eens verward met biologisch-dynamisch. Dat is logisch, want het lijkt sterk op elkaar. Het verschil is dat biologisch-dynamisch - naast de gebruikelijke kenmerken van de biologische landbouw - gebruik maakt van een zaaikalender, waarmee heet te worden ingespeeld op de stand van de planeten. Biologisch-dynamische producten kunnen in de winkel worden herkend aan het 'Biogarantielabel'.
Consumenten kopen biologische producten om verschillende redenen. De drie belangrijkste zijn: milieu, gezondheid en smaak. In onderzoek worden daarnaast traditie, diervriendelijkheid en natuurbehoud genoemd als redenen tot aankoop. Of biologische producten echt gezonder zijn, is de vraag. In ieder geval zijn biologische producten zonder chemische bestrijdingsmiddelen en zonder conserveerstoffen geproduceerd. Of zij beter smaken is ook de vraag. Sommige consumenten vinden dat 'biologisch' duidelijk lekkerder smaakt.
Biologische producten worden in vrijwel alle supermarkten en natuurvoedings-
winkels verkocht en natuurlijk ook bij Terrasana. In de afgelopen jaren zien we
een stijgende belangstelling voor biologische producten. Sinds de super-
markten begonnen zijn 'biologisch' breed in hun assortiment op te nemen, is
het makkelijker verkrijgbaar en kiezen consumenten eerder voor biologisch.
Keuring en controle
Als je bereid bent meer te betalen voor een biologisch product,
wilt je wel zeker weten dat je biologische waar voor je geld krijgt.
Dat is in Nederland inmiddels goed geregeld. Als je op een
product het EKO-keurmerk aantreft, heb je een garantie dat het
van biologische herkomst is.
Biologische boeren
Belangrijke uitgangspunten voor biologische boeren zijn het gebruik van natuurlijke mest en een biologische bestrijding van ziekten en plagen. Dieren krijgen voldoende frisse lucht, daglicht, stro en ruimte. De biologische landbouwnormen zijn gebaseerd op het behoud van milieu, natuur en landschap, en het welzijn van dieren. Deze normen gelden in de hele Europese Unie. Biologische producten worden streng gecontroleerd door Skal, de door de Nederlandse overheid aangewezen onafhankelijke controle-organisatie. Biologische producten zijn herkenbaar aan het EKO-keurmerk. Biologische landbouw kan zowel bedrijfseconomisch als voor landschap, natuur, werkgelegenheid en bedrijvigheid in de streek een meerwaarde betekenen. Biologische InformatieCentra laten de consument graag met biologische landbouw in aanraking komen. De belangrijke kenmerken van de biologische landbouw onder elkaar:
- milieuvriendelijk
- diervriendelijk
- respect voor natuur en landschap
Milieuvriendelijk Biologische producten zijn milieuvriendelijker, omdat bij biologische landbouw geen gebruik wordt gemaakt van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen. Ook worden in biologische producten worden geen chemisch-synthetische kleur-, geur-, smaak- of conserveringsmiddelen verwerkt. Daarnaast werkt de biologische landbouw zoveel mogelijk met een gesloten kringloop. Dit houdt in dat het aantal dieren wordt gekoppeld aan de hoeveelheid grond die de boer heeft. Hierdoor kent de biologische landbouw geen mestoverschot.
Diervriendelijk Gezonde, tevreden dieren leveren goede producten. De biologische veehouder zal er dan ook voor zorgen dat de dieren tevreden zijn, maar wanneer zijn dieren tevreden?
Dieren zijn tevreden als ze zichzelf kunnen zijn. Op de biologische boerderij wordt daarmee rekening gehouden. Kippen zijn pikkers en scharrelaars. Varkens houden van wroeten en modderbaden. Koeien zijn grazers en herkauwers die de wei in willen. Dat moeten ze dus kunnen doen, zonder dat ze elkaar daarbij in de weg lopen. Zowel buiten op het land als binnen in de stal krijgen de dieren dus voldoende bewegingsruimte. Biologische varkens en kippen hebben minimaal drie keer zoveel leefruimte dan niet-biologische varkens en kippen. Biologische dieren krijgen geen preventieve medicijnen toegediend. Pas als het dier echt ziek is krijgt hij op recept van de dierenarts de juiste medicijnen. Ook krijgen ze geen groeibevorderaars. Omdat biologische dieren een goede voeding krijgen, voldoende bewegingsruimte en voldoende frisse lucht hebben deze dieren een goede weerstand.
Natuur- en Landschapswaarde
Biologische landbouw heeft een belangrijke natuur- en landschapswaarde, biologische landbouw is een productie methode met respect voor de natuur. In het grasland van de biologische boer zijn veel kruiden en vlinderbloemige planten te vinden. Dit geeft een ideale leefomgeving voor diersoorten als vlinders en vogels. Deze zijn dan ook in veel soorten te vinden bij de biologische boer. Doordat er geen chemische bestrijdingsmiddelen en natuurlijke mest worden gebruikt neemt de biodiversiteit, de variatie aan planten en dieren, toe. Bij biologische landbouw wordt rekening gehouden met de integriteit van producten.
Uitgangspunten biologische landbouw
De biologische landbouw hanteert de volgende uitgangspunten:
·voldoende hoogwaardige voedingsmiddelen produceren, zonder residu’s van stoffen die de gezondheid van mens en dier kunnen schaden
·een optimale bodemvruchtbaarheid behouden of herstellen
·natuur en landschap behouden of herstellen
·genetische diversiteit behouden
·handelingen vermijden die het milieu belasten of tot verarming ervan leiden
·zo weinig mogelijk eindige grondstoffen gebruiken
·een veelzijdige bedrijfsstructuur uitbouwen met mogelijk een gesloten kringloop
·dieren houden zodat ze hun soorteigen gedrag kunnen uiten
·Anders gezegd: bij de boer staan bodemvruchtbaarheid en milieu centraal. Een ruime vruchtwisseling, het gebruik van groenbemesters en organische bemesting zijn typische kenmerken. In de veeteelt ligt de nadruk op dierenwelzijn, preventieve gezondheidszorg en biologisch geteeld veevoeder.
Bio streeft naar een gesloten kringloop
Vanuit deze uitgangspunten streeft biolandbouw naar een gesloten kringloop. In het landbouwsysteem zijn twee kringlopen te herkennen telkens met een opbouw-, afbraak- en mineralisatiegedeelte. De eerste kringloop gaat van plantaardige productie via veevoer en dier naar de bodem en dan terug naar plantaardige productie. De tweede kringloop gaat van plantaardige productie direct of via gewasresten en composthoop naar de bodem en weer terug naar plantaardige productie. Op een bedrijf zonder vee vindt alleen de tweede kringloop plaats, terwijl op een gemengd bedrijf beide kringlopen voorkomen.
Op het bedrijf...
Het biologische bedrijf is bij uitstek een gemengd bedrijf. De mineralenkringloop wordt zo gesloten mogelijk gehouden. Dat wil zeggen dat steeds een sluitende relatie bestaat tussen de voederbehoefte enerzijds en de mestproductie anderzijds. Op het gesloten bedrijf is een boer minder afhankelijk van externe (f)actoren en produceert en verwerkt hij zijn veevoeders en mest zoveel mogelijk zelf. Als dat niet haalbaar is op één bedrijf, kunnen een aantal bedrijven regionaal als een gesloten bedrijf functioneren.
En daarbuiten...
Ideaal zou ook de grote kringloop gesloten zijn; de kringloop die het landbouwbedrijf overstijgt en de consument omvat. Alle rest- en mestafval van de landbouwproducten hoort opnieuw op het landbouwbedrijf te komen. Momenteel belandt zeer veel afval nog in de riolering, in de bodem of tussen het vuilnis. Dat uit zich bovendien wereldwijd. De situatie in Vlaanderen is een sprekend voorbeeld: bijzonder veel veevoer wordt ingevoerd, waardoor hier een mestoverschot ontstaat. De mest komt dus niet terecht waar het gewas gekweekt wordt.
De wetgeving biologische landbouw geeft het compromis aan tussen ideaal en huidige haalbaarheid. Voor het sluiten van de kringlopen stelt de biowetgeving onder meer dat bioboeren grondgebonden moeten werken: ze mogen maximum zoveel vee houden als er mest nodig is voor de planten. Concreet is dat vertaald in maximum 2 GVE (grootvee-eenheden) per hectare of 170 kg stikstof (N) uit dierlijke mest.
Biologische landbouw en gentechnologie
Gentechnologie is verboden in de biologische landbouw. Het veranderen van de genen van gewassen en/of dieren is niet verenigbaar met het natuurlijke karakter van de biologische landbouw. De biologische landbouw vindt ook dat de boer niet afhankelijk moet worden van zaken als gentechnologie, kunstmest en chemisch-synthetische bestrijdingsmiddelen.
Sommige mensen buiten de biologische sector wijzen op mogelijke voordelen van gentechnologie voor de biologische landbouw. Door genen toe te voegen, kunnen gewassen bijvoorbeeld ongevoelig worden gemaakt voor ziekten en plagen, zodat er geen of minder bestrijdingsmiddelen nodig zijn en de plaag zich niet voordoet.
De biologische sector vindt desondanks dat dergelijke ingrepen onnatuurlijk zijn. Ook denkt de sector dat de voordelen op de lange termijn niet houdbaar zijn omdat het insect of de schimmel die de ziekte of plaag veroorzaakt, er na verloop van tijd in zal slagen de barrière te doorbreken.
De biologische sector heeft het volgende afgesproken:
1) Bij biologische producten wordt geen gebruik gemaakt van gentechnologie, ook niet van genetisch gemodificeerde enzymen of genetisch gemodificeerde ingrediënten waarin geen erfelijk materiaal (meer) zit, zoals olie en zetmeel.
2) Als een biologische boer of verwerker gangbare grond- en/of hulpstoffen gebruikt, moet deze kunnen aantonen dat de stoffen zijn geproduceerd zonder genetisch gemodificeerde organismen of hiervan afgeleide producten. Hiervoor kan de boer of verwerker een gentechnologieverklaring van de leverancier vragen. Gecontroleerd wordt vooralsnog niet of er genetisch gemodificeerde organismen in het eindproduct kunnen worden aangetroffen, maar of de genomen voorzorgsmaatregelen voldoende zijn.
Of biologische producten helemaal vrij kunnen blijven van gentechnologie, hangt af van ontwikkelingen buiten de biologische sector.
Op dit moment hanteert SKAL voor Nederland een norm van 0,09%. De Europese norm voor biologische producten wordt 0,1 procent. Dat betekent dat in een biologisch ingrediënt niet meer dan 0,1 procent genetisch gemodificeerde organismen te vinden mogen zijn.

zicht op BIOLOGISCH.nl